De gouden hockeydroom van Robert van der Horst

Wordt het de hockeyzomer van zijn dromen? Landskampioen worden met Oranje Zwart, de EHL in de wacht slepen én de wereldtitel behalen in eigen land? Het scenario is bijna te mooi om waar te zijn voor Oranje- en OZ-captain Robert van der Horst. Maar om nu te stellen dat het allemaal onhaalbaar is?

Het spreekt voor zich dat Van der Horst uitkijkt naar de apotheose van dit hockeyseizoen. OZ heeft de finale bereikt van de play-offs en mag komend weekend met Bloemendaal strijden om de landstitel. Volgende week wacht de EHL in Eindhoven en eind mei verplaatst het hele ‘circus’ zich naar Den Haag voor de WK Hockey.

24 NZL v NED (Final)DE EHL
De KO16 en finaleronde van de EHL worden binnen vijf dagen afgewerkt. Normaal gesproken neemt het toernooi drie weekenden in beslag. “Dat heeft alles te maken met het volle programma vanwege de WK,” zegt Robert. “Fysiek en mentaal wordt er veel van ons verwacht. De EHL kan dus een echte slijtageslag worden.”

“Anderzijds kant heb ook topduels nodig om in het goede ritme te komen. Elke hockeyer moet uitgedaagd worden, anders raak je niet in topvorm. De EHL is een prachtig toernooi, waarin we de topploegen van Europa treffen. Dat is zwaar, maar we willen absoluut een gooi doen naar de overwinning. Ik hoop rond het Paasweekeinde dan ook op volle tribunes en de steun van ons eigen publiek.”

WK Hockey
De volgende uitdaging is uiteraard het WK. Zestien jaar geleden, in 1988, zag Robert vanaf de tribune Teun de Nooijer de beslissende treffer scoren. “Dat was mooi om mee te maken. Nu wordt het WK opnieuw in Nederland gehouden. Dat maak je normaal gesproken maar eenmaal mee in je carrière, daarom is het heel speciaal. Veel wedstrijden zijn uitverkocht, de twaalfde man wordt belangrijk voor ons.”

Er is vanzelfsprekend een hoog verwachtingspatroon. “Plaatsing bij de laatste vier is het minimale dat van ons wordt verwacht. Eerlijk gezegd is dat best reëel. Onze selectie schiet niet in de stress van deze doelstelling. We liggen op koers en er heerst een bepaalde rust in de groep. Tijdens de WHL hebben we het goed gedaan, dat geeft zelfvertrouwen. Wij zullen er hard voor moeten knokken, dat staat vast, maar ik ga er vanuit dat de massale steun van het publiek ons extra energie geeft.”

Bovenstaande tekst is afkomstig uit de Hockeykrant, editie Eindhoven. Deze uitgave is begin april verspreid bij hockeyclubs in de regio Eindhoven. Kijk in ons archief voor de online-versie. 

2014-04-10T18:36:14+02:0010 apr 2014|

Slide sportvoeding Slide Slide

Hockeynieuws

‘Het keepen geeft me een kick’

14 dec 2015|

Noortje van Hooft is zo’n hockeyfanaat dat ze in twee teams speelt van HC Cranendonck. De 13-jarige goalie staat op zaterdag tussen de palen bij MB1 en verdedigt een dag later het doel bij Dames 1.

Tegenstanders kijken dan ook regelmatig vreemd op als Noortje na afloop van de wedstrijd haar helm af zet. ‘Hoe oud ben jij?’ is een veel gestelde vraag. Wanneer het antwoord komt, is de verbazing nog groter.

cranendonck1Spannend
Voor Noortje is het inmiddels de normaalste zaak van de wereld. Ze mocht op haar elfde meetrainen met Dames 1 en werd een jaar later gekozen tot eerste doelvrouw. “Nu is het heel gewoon, maar natuurlijk vond ik het in het begin super spannend. Het was best eng, maar ik heb het toch gedaan.”

Ook het coachen gaat haar goed af. “Vanuit het doel zie je het spel goed en bouw je inzicht op. Het was wel even wennen, maar mijn coach heeft mij gestimuleerd ermee door moest gaan. Over het algemeen luisteren mijn teamgenoten goed.”

De gewetensvraag welk team de voorkeur heeft, MB1 of Dames 1 van HCC, weet Noortje handig te ontwijken. “B1 is een heel hecht en gezellig team, maar bij Dames 1 krijg ik meer ballen en dat is leuk. Het keepen geeft me echt een kick.”

Plezier
Over de toekomst wil Noortje nog niet te veel nadenken. “Het is heel leuk op HCC. Ik hoop zo hoog mogelijk te komen, maar ik moet er vooral veel plezier in houden. Dit seizoen train ik ook mee met Weert MB1 dat landelijk speelt. Dat gaat erg goed, maar waar ik over tien jaar sta, zie ik dan wel weer.”

Bovenstaande tekst is een verkorte versie van het artikel dat is verschenen in de Hockeykrant Oost-Brabant, de editie najaar 2015.

Ga naar de bovenkant